Stichting Behoud Hoogaars gebruikt cookies om de website te analyseren en voor social media. Door gebruik te blijven maken van deze website of door hieronder op "Akkoord" te klikken, geeft u aan akkoord te zijn met het gebruik van cookies.

YE 36 'Andries Jacob' anno 1900

In 1900 wordt op de werf van Dirk van Duyvendijk op Tholen de hoogaars VE 13 gebouwd als garnalenvisser voor Jan Bliek uit Veere. Met haar lengte van 14.85 meter over de stevens is ze voor die tijd een groot schip. Doorgaans bedroeg de lengte zo'n 11 tot 13 meter. Ook wordt haar vlak tamelijk breed opgezet: 10 Amsterdamse voeten (2,80 mtr.) Hierdoor is haar draagvermogen groter dan de meeste hoogaarzen van die tijd. Ze kan dus veel lading meenemen. Ook wordt haar achterschip, de aars, ronder gebouwd, zodat ze het water makkelijker los laat, hetgeen haar snelheid ten goede komt. Nog weten oude vissers te vertellen dat de VE 13 een snelle zeiler was.

De ye 36 na de restauratie

Of Bliek tevreden was met de 'Vrouwe Anthonie' is niet bekend. Wel weten we dat hij de VE 13 al in in 1913 verkoopt aan zijn schoonzoon Minneboo. Zoals de meeste Zeeuwse schepen krijgt ook de VE 13 in de twintiger jaren een motor. Het oude visserijconsent (vergunning) vermeldt dat de Kromhout in 1923 wordt ingebouwd. Dit betekent echter niet dat de zeilen van boord gaan. De motor dient aanvankelijk als hulpmiddel. Hij wordt gebruikt als de wind of stroom uit de verkeerde hoek komt in de smalle stroomgaten van de Zeeuwse delta.

In 1931 verhuisd de VE 13 naar de familie Pekaar in Yerseke en wordt nu geregistreerd als YE 114. De 'Drie Gebroeders', zoals het schip nu heet, wordt al in 1935 voor 3000 gulden doorverkocht, nu aan Marinus Verschuure. Hij verkoopt hiervoor zijn Zeeuwse Schouw, de YE 36 en herdoopt zijn nieuwe schip als 'Andries Jacob', de naam van zijn zoon. Het schip overleeft de tweede wereldoorlog, mede doordat de zoon, die machinist op de grote vaart is geweest, de motor op eenvoudige wijze onklaar maakt. Zo wordt de YE 36 onbruikbaar voor de bezetter. Vlak voor de bevrijding komt het schip nog te zinken door een dichtbij ontploffende granaat.

In 1947 wordt de Kromhout motor vervangen door een 2-cyl. Widdop van 80 pk. Het schip wordt opnieuw klaar gemaakt voor de mosselkweek. De daaropvolgende jaren maakt het schip wekelijks een reis naar de waddenzee en terug. Zoals blijkt uit het visserijconsent neemt in 1954 de zoon Andries Jacob het schip van zijn vader over. 

Deze blijft tot 1968 met het schip vissen en verkoopt het dan aan de watersport. Na nogal wat omzwervingen via Nijmegen en Harderwijk komt het schip uiteindelijk in het bezit van scheepstimmerman Piet Dekker uit Kortenhoef. Het nagenoeg tot wrak verworden schip wordt door hem teruggebracht in de originele staat: een Zeeuws vissersschip, de Hoogaars YE 36. Eind 1978 verkoopt hij de YE 36 aan Adrie de Jonge uit Den Bommel, die het schip met veel liefde, inspanning en financiele oppoffering verder restaureert en uitrust tot de laatste vissende houten mosselhoogaars.

Op 7 september 1990 wordt de YE 36, in aanwezigheid van Andries Jacob Verschuure, zijn kleinzoon, alsmede de zoon van Sander Minneboo aan de Stichting Behoud Hoogaars overgedragen, waarbij een ieder de wens uitspreekt dat het voor de huidige en toekomstige generaties een levend bewijs mag zijn voor wat de visserij heeft grootgemaakt.